Kinderlijke onschuld
Het is warm, eigenlijk veel te warm om druk te spelen, toch trekt de driejarige Mirthe zich er niets van aan. Het ene moment fietst ze op haar driewielertje door de grote tuin, het andere moment draaft ze achter Happy, de jonge pup aan.
‘Happy! Happie,’ roept ze naar de berenbruine Labradoodle die speels achter haar aanrent. Ze houdt hem haar ijsje voor en kijkt verbaasd als hij het hap, slik, weg heeft verorberd.
‘Niet hele ijsje. Alleen een happie, stoute Happy.’
Dan breekt de lach door op haar gezichtje.
‘Happy, isse lief,’ lispelt ze als ze haar armen om zijn nek heen slaat.
De jonge hond laat dat niet toe en rent ver van haar vandaan en ploft neer onder de ligusterhaag.
Mirthe haalt haar tengere schoudertjes op en holt naar binnen, naar de poppenhoek. Met haar tongetje uit haar mond loopt ze even later naar haar poppenwagen die onder de parasol in de schaduw staat. Haar handjes zijn te klein voor alle spulletjes die ze bij zich heeft. Eén voor één vallen ze op de grond. Toch laat ze zich er niet door ontmoedigen en raapt ze de voorwerpen net zo snel weer op.
‘Wat doe je allemaal, lieve schat?’ vraagt haar moeder, die in het zonnetje zit te lezen. ‘Het is veel te warm om zo heen en weer te rennen. Kom maar even lekker bij mama zitten en drink je limonade op.’
Mirthe legt een kleedje, een hoedje, een korte broek en bijpassend shirtje en een van haar lievelingsknuffels in haar kinderwagentje. Dan kruipt ze bij mama op schoot.
‘Ach, lieverd. Wat kun jij fijn spelen! Maar laat je Happy wel een beetje met rust? Zo te zien heeft hij het net zo warm als jij. Kom, je moet echt even iets drinken, hoor.’
Mirthe neemt een paar gulzige slokken, duwt de beker in haar moeders handen en laat zich vervolgens van diens schoot zakken. Op haar korte beentjes dribbelt ze terug naar haar wandelwagentje.
Nog even kijkt haar moeder vertederd naar het tafereel en buigt zich dan over het spannende boek.
Ondertussen is Mirthe druk bezig met het klaarmaken van de slaapplek. Zorgvuldig zet ze het knuffelbeestje op het matrasje. Daarna legt ze het dekentje klaar. De kleertjes en het hoedje houdt ze in haar handjes als ze op zoek gaat naar Happy.
‘Happy, kom dan,’ roept ze terwijl ze opnieuw achter de hond aanrent.
‘Jij niet lief!’ schreeuwt ze boos als de jonge pup van haar schoot springt op het moment dat ze hem het hoedje op wil zetten. Het broekje hangt half om zijn pootjes, terwijl hij al blaffend om haar heen draait.

Geef een reactie